terug naar beginpagina

 

Op deze website
staat allerlei wetenswaardigs over Homeopathie en Kabbalistic healing.

En over mijn manier van werken.

Kijk maar eens rond en steek je licht op.

Veel plezier!

info Behandelwijzen

info Cursussen

info Fernand Debats

info Praktijk

info Homeopathie

info Nondual healing

info E.E.N. therapie

info Tarieven

Enkele interessante artikelen

Genezen van binnenuit


Een volkswijsheid zegt dat een uitslag naar binnen slaat, als je hem onderdrukt. Die wijsheid is al heel oud. We kunnen al erover lezen in de geschriften van Hippokrates, die 450 jaar voor onze jaartelling leefde in het oude Griekenland. In deze geschriften, de Aforismen, vermeldt deze Vader der Geneeskunst, dat het gunstig is, wanneer inwendige ziekten naar buiten komen en ongunstig, wanneer ze naar binnen slaan. Wanneer astma naar buiten komt in de vorm van eczeem is dat gunstig. Wij noemen dat ook heel toepasselijk  “uitslag“.

Genezing gaat altijd van binnen naar buiten. In de homeopathie staat deze wetmatigheid bekend als de Wet van Hering, naar de Saxische arts Constantine Hering, (1800-1880), die dit voor het eerst duidelijk formuleerde. Deze wetmatigheid is voor iedere vorm van geneeskunde van toepassing. Het heeft geen zin symptomen te onderdrukken, want dan duiken ze meestal in een diepere laag van ons gestel weer op. Dat is de betekenis van Genezen van binnenuit.

Alle kennis die u nodig heeft om de achtergonden en werkwijze van de homeopathie te begrijpen, heb ik uitgelegd in mijn boek 'Diadoxie'.
Het woord 'diadoxie' komt uit het grieks en betekent: syndroomverschuiving, bijvoorbeeld astma verdwijnt als er een eczeem 'naar buiten komt'.
Diadoxie is het uitgangspunt voor de homeopathische behandeling. U leest er alles over in:

voorkaft diadoxie

 

Een aanvulling en vervolg op dit boek vindt u in het artikel: 'De spirituele dimensie van de homeopathie'
U kunt dit downloaden (klik hier voor downloaden)

terug naar begin van deze pagina

 

De homeopathie

Iedereen kan in de loop van zijn leven in situaties komen waarin hij baat kan hebben bij homeopathische behandeling. Homeopathie houdt zich bezig met levende wezens, dat wil zeggen wezens waar levenskracht in huist. De kracht die maakt dat een wond geneest, dat je ogen glanzen en dat je kunt genieten van de wereld om je heen. Als deze kracht verdwijnt, is je lijf een lijk geworden. Maar zolang dat nog niet zo is, kun je die genezende levenskracht stimuleren. Dat doet de homeopathie: geen symptomen onderdrukken, maar het eigen herstel stimuleren met middelen die de natuur ons levert. Alle levende wezens kunnen reageren op de informatie die in homeopathische middelen ligt besloten, mensen, dieren en planten.
Je kunt de geneeskracht op vier manieren stimuleren.
1. Allereerst via de structuur van ons lichaam. De weefsels waaruit ons lichaam is opgebouwd kunnen beschadigd zijn, b.v. je verstuikt je enkel, dan bevordert het middel Ledum het herstel, of je hebt een bloeduitstorting en dan zorgt Arnica ervoor dat die sneller wordt opgeruimd.
2. Weefsels vormen organen en in de functie van de organen kan ook iets verkeerd lopen. Dan ontstaan patronen van klachten waar meestal een diagnosenaam bij past: bronchitis, maagslijmvliesontsteking etc. Hoewel een dergelijke diagnose dan bij verschillende mensen hetzelfde is, zien we toch dat er persoonlijke variaties in de symptomen bestaan. De een gaat hoesten als hij gaat liggen, terwijl het bij een ander dan juist beter wordt. In deze gevallen wordt het homeopathische middel gekozen op basis van het individuele patroon van de klachten: reageert het op omstandigheden als temperatuur, jaargetijde, vocht, beweging, lichaamshouding...? Wat voor pijn is het, stekend, brandend...? Straalt het uit? Wat kun je doen om het te verlichten? Gaat het gepaard met andere klachten, b.v. koude voeten krijgen als je hoofdpijn hebt.
3. Met onze weefsels en organen begeven wij ons als mens in de wereld. We geven betekenis aan de dingen om ons heen. Op basis daarvan hebben we gevoelens en bepalen we ons gedrag. Iemand kan bijvoorbeeld maagpijn krijgen omdat hij zich ergert. Dan ontstaat de klacht door de betekenis die we geven aan de gebeurtenissen. En die betekenis hangt af van onze persoonlijkheid. De een ergert zich aan dingen die een ander koud laten. Het gedrag en de persoonlijkheid spelen een grote rol bij het kiezen van een homeopathisch middel. Iemand die temperamentvol is reageert op andere middelen dan een rustige persoonlijkheid.

4. Onze persoonlijkheid en de manier waarop we reageren op omstandigheden bepalen hoe we ons leven inrichten. Zijn we ambitieus en willen we groots leven of zijn we bescheiden en genieten we van de kleine geneugten. Wijden we ons leven aan de verzorging van een zieke vader of laten we dat door professionele hulpverleners doen? Knokken we ons hele leven met een dominante schoonmoeder of treffen we altijd maar weer een chef waar we niet mee door één deur kunnen? Wanneer je last van je maag krijgt als je je ergert, zul je situaties die ergernis opwekken uit je leven proberen weg te houden. De manier waarop we onze levensloop inrichten volgt uit de bestemming die we aan ons leven geven. Dit is het niveau van zelfverwezenlijking en zingeving, waar we onze menselijke vrije wil kunnen inschakelen. En ook op dit niveau van menselijk bewustzijn kunnen homeopathische middelen verhelderend werken.
Het hoogste doel van de homeopathie is om mensen te helpen hun zelfverwezenlijking zo goed mogelijk tot stand te brengen.
- Door het herstel van de structuur van weefsels
- Door de verbetering van de functie van organen
- Door het verbeteren van patronen in gedrag en relaties
- Door het verhelderen van de samenhang van gebeurtenissen in de levensloop

terug naar het begin van deze pagina

 

Onderstaand vindt u enkele korte artikelen die ik eerder gepubliceerd heb in HM, Magazine over homeopathie en gezond beter worden, een uitgave van de Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland www.vereniginghomeopathie.nl.


terug naar begin pagina

Astma bij kinderen

door Fernand Debats,
arts voor homeopathie en healing

Astma is een aandoening waarbij als reactie op een allergische prikkel de spiertjes in de luchtwegen samentrekken en daarmee de luchtwegen vernauwen, waardoor men niet vrij kan ademen. Deze ziekte staat niet op zichzelf, want de reactie op een allergische prikkel kan ook plaats vinden in een ander orgaansysteem, met name de huid. Dan is er sprake van eczeem. Anders gezegd: astma en eczeem zijn verschillende uitingsvormen van een en dezelfde aandoening. Allergische reacties kunnen daarnaast ook plaatsvinden in het darmstelsel.

Overreactie
Een allergie is een overreactie van het immuunsysteem op een normale prikkel. Deze prikkel kan iets zijn dat we eten, iets dat we inademen of iets dat we aanraken. En daarmee hebben we dan drie contactvlakken van ons lichaam met de buitenwereld genoemd, waaraan allergische reacties kunnen ontstaan, darmstelsel, luchtwegen en huid. Stoffen die een allergische reactie kunnen uitlokken noemen we allergenen. Deze kunnen zich bevinden in voedsel, in ingeademde lucht en aan voorwerpen die we aanraken. Bekende voorbeelden  zijn voedingsmiddelen als aardbeien en tomaten, schimmels die in vochtige huizen  groeien, stofmijten, haren van dieren, en metalen, zoals nikkel in sieraden.
De overreactie die ontstaat door de ontsporing van ons immuunsysteem bestaat eruit dat het betreffende weefsel als verdediging fanatiek datgene gaat doen wat het goed kan. De luchtwegen krampen samen om te voorkomen dat er nog meer allergenen ingeademd worden en maken slijm om de slijmvliezen voor contact met de allergenen te behoeden. De huid gaat overdreven snel aangroeien om de boosdoeners buiten te sluiten, waardoor schilfers ontstaan en de darmslijmvliezen gaan slijm afscheiden, waardoor ze minder in contact komen met de voedselbrei waar immers de allergenen in zitten. In al deze gevallen ontstaan er tevens ontstekingsreacties door stoffen die bij allergische reacties vrijkomen, zogenaamde mediatoren, waarvan de bekendste histamine is. Op de lange duur kunnen de betrokken weefsels blijvende schade oplopen. In de longen bestaat die blijvende schade uit het verdwijnen van longweefsel; we spreken dan van emfyseem.

Syndroomverschuiving
Er doet zich bij deze ziektebeelden een opmerkelijk fenomeen voor dat aan de wieg van de homeopathie heeft gestaan. De verschillende uitingsvormen van deze allergische reacties kunnen namelijk elkaar afwisselen. Dat wil zeggen dat astmatische reacties kunnen verdwijnen op het moment dat er zich een eczeem aan de huid ontwikkelt. Ook het omgekeerde kan: iemands eczeem verdwijnt en de persoon in kwestie krijgt het benauwd. Dit overgaan van de ene ziekte-uiting in een andere noemen we syndroomverschuiving ofwel diadoxie. In het antieke Griekenland was dit fenomeen bij de artsen al bekend onder de naam diadoxis, hetgeen letterlijk betekent: doorgeven, afwisselen van de wacht. De oudste voorbeelden die we kennen staan beschreven in het boek de Aforismen, door Hippocrates, de griekse geneesheer die nog altijd de vader van de geneeskunst wordt genoemd. Dat is ongeveer 450 jaar voor onze jaartelling.

Homeopathie en diadoxie
Samuel Hahnemann, de ontwerper van de homeopathische methode kende ook talrijke voorbeelden van deze diadoctische verschuivingen. In feite is hij op het idee gekomen van de homeopathie doordat hij  observeerde dat de ene ziekte de andere kan verdringen. Dit staat uitgebreid beschreven in zijn oorspronkelijke werken Het Organon der Geneeskunst en Chronische Ziekten. De truc die hij ontwikkelde en die we nog steeds toepassen bestaat eruit dat we een ziekte die voor het organisme als geheel sterk belastend is, vervangen door een andere die minder belastend is. Preciezer gezegd: we vervangen een natuurlijke ziekte door een kunstmatige ziekte die we met een homeopathisch middel opwekken. In de praktijk blijkt deze truc het beste te werken als de kunstmatige ziekte die het homeopathische middel opwekt precies lijkt op de natuurlijke ziekte waaraan de patiënt lijdt. Dat is de similiawet.

De wet van Hering
Verschuiving van ziektesymptomen kan in twee richtingen plaatsvinden. Van binnen naar buiten, waarbij astma verdwijnt zodra eczeem optreedt en omgekeerd: astma ontstaat doordat men eczeem onderdrukt. Al snel bleek dat de verschuiving van binnen naar buiten voor het organisme als geheel per saldo een verbetering inhoudt. Dat is in dit voorbeeld ook begrijpelijk, want je kunt beter jeuk hebben dan dat je niet kan ademen. Deze observatie, dat de verschuiving van binnen naar buiten gunstig is en in de tegenovergestelde richting ongunstig, staat op naam van de arts Constantine Hering, een van Hahnemann’s belangrijkste leerlingen en pleitbezorgers. Hahnemann zelf kende het fenomeen ook en beschrijft het in De Chronische Ziekten en wel met name de verbetering van het algemene innerlijke welbevinden als eerste uiting van verbetering van binnen naar buiten, die eigenlijk bij elke geslaagde homeopathische behandeling optreedt.
Ik heb me tot nu toe beperkt tot voorbeelden uit de groep van allergische ziektebeelden, maar diadoctische verschuivingen komen over een veel groter gebied van ziekteverschijnselen voor. Professor Groen beschreef er in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde in 1958 een aantal en benadrukte dat ook psychische beelden kunnen afwisselen met lichamelijke, zoals een depressie met een maagzweer of een colitis (darmontsteking). Andere voorbeelden die hij geeft zijn de afwisseling van migraine en rugpijn, van gewrichtsklachten en darmklachten.

Suppressie
Wanneer door een behandeling een diadoctische verschuiving optreedt van buiten naar binnen, of zoals we in de homeopathie ook wel zeggen, tegen de wet van Hering, dan spreken we van suppressie, of onderdrukking van symptomen. Nu begrijpt u waarom we in de homeopathie zo beducht zijn voor het onderdrukken van symptomen met chemische middelen. Als je een symptoom onderdrukt kun je van te voren niet weten of er een verschuiving optreedt naar binnen of naar buiten. In de praktijk treedt er bij onderdrukking meestal een verschuiving naar binnen op. Dat komt omdat de symptomen die er zijn als het ware door het organisme gekozen waren als beste oplossing op dat moment onder de gegeven omstandigheden. Als je die beste oplossing onderdrukt, wordt het lichaam gedwongen een mindere oplossing te kiezen.
De reguliere geneeskunde heeft van dit alles helaas geen kaas gegeten. Dit komt mede doordat de geneeskunde opgesplitst is in specialismen die elkaars werkingsgebied niet overzien. Wanneer u met uw kind dat aan eczeem lijdt naar een dermatoloog gaat en zalf toepast (al dan niet met bijnierschorshormonen), kunt u in veel gevallen voor uw neus zien gebeuren wat ik hierboven beschreven heb: de allergie verplaatst zich naar de luchtwegen en het kind krijgt hooikoorts of astma. De dermatoloog beschouwt uw kind als genezen, omdat het eczeem verdwenen is en de longarts begrijpt niet dat de benauwdheid ontstaan is doordat het eczeem onderdrukt is.

Wetenschappelijk onderzoek
De resultaten van effectonderzoek naar de werking van homeopathie bij astma zijn tot nu toe tamelijk pover. Een belangrijke reden daarvoor is dat de wet van Hering niet in de beoordeling wordt opgenomen. Deze wet zegt, zoals we zagen, dat de genezing van binnen naar buiten verloopt. Er is kennelijk een bepaalde rangorde is in de ontregelingen die iemands  klachten veroorzaken. De consequentie van de wet van Hering – en dat wordt zelfs door velen die de homeopathie toepassen niet goed beseft – is dat de belangrijkste ontregeling het eerste genezen moet worden. Of anders gezegd,  het organisme zal de grootste prioriteit geven aan de diepst zittende stoornis. Wanneer bijvoorbeeld  een kind met astma tevens angstig is en last van nachtmerries heeft en het wordt goed homeopathisch behandeld, zullen de angsten en nachtmerries verdwijnen voordat er verbeteringen op het lijfelijke niveau optreden. Wanneer je nu het effect van de behandeling beoordeelt door alleen de longfunctie te meten, vind je geen enkel verschil. De consequentie is dat vaak een langere periode nodig is voordat de verbeteringen afdalen tot in het lichaam. Een tweede reden is dat homeopathische behandeling pas effectief is wanneer in het organismen de voorwaarden voor herstel aanwezig zijn. Bij allergieën houdt dat in dat de voeding gesaneerd wordt en allergenen in het begin van de behandeling vermeden worden. In het ideale geval zou er schone lucht en goede onbewerkte voeding ter beschikking van het lichaam gesteld moeten worden om genezing mogelijk te maken. 

Kinderen
Allergieën komen steeds meer voor. Sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw kunnen we gerust spreken van een explosie. Het vermoeden is gerechtvaardigd dat dit komt omdat ons immuunsysteem veel te lijden heeft sinds die tijd. Ons milieu  is zwaar belast met stoffen die kunstmatig geconstrueerd zijn en die er gedurende al die miljoenen jaren dat de mensheid nu bestaat, nooit geweest zijn. Hetzelfde geldt voor onze voeding, die voorzien wordt van allerlei klein-moleculaire stoffen als smaakverbeteraars kleurstoffen en conserveermiddelen, die lichaamsvreemd zijn en in ons lichaam als allergeen werken. Ik herinner me nog levendig mijn gesprek met een boer die me vertelde dat hij zijn eigen aardappelen niet at omdat hij wist wat hij er allemaal opgespoten had.
De veranderingen in ons immuunsysteem door straling, overmatig gebruik van antibiotica en door vaccinaties laten zich moeilijk met één vinger aanwijzen en bewijzen, maar voor wie het onder ogen wil zien, zijn er zijn aanwijzingen genoeg. De jonge kinderen van heden ten dage vormen de derde of vierde generatie van de mensheid die aan al deze invloeden heeft blootgestaan. Is het dan nog vreemd, dat er in ieder kinderdagverblijf rijen met pufjes staan voor in de pauze? Dit klinkt verontrustend en dat is het ook. We kunnen allergieën ook zien als de weerspiegeling van de milieuramp waar onze aarde momenteel aan blootgesteld wordt.

Praktische tips
Kinderen met astma en/of eczeem zijn in de meeste gevallen met goed resultaat homeopathisch behandelbaar. Naast een vakkundig begeleide constitutionele behandeling zijn daarbij vrijwel altijd maatregelen in de voeding nodig. Koemelk is voor kinderen met allergische klachten absoluut taboe en ook producten waar deze in zit, zoals chocolademelk, puding en vla. De tweede grote boosdoener is varkensvlees, omdat daarin net als in koemelk eiwitten zitten die allergische reacties opstuwen. Ook als er geen allergie voor koemelk of varkensvlees aantoonbaar is! De top-drie van allergenen na koemelk en varkensvlees zijn: citrusvruchten, noten en verrassenderwijze tarwe. Er zijn steeds meer mensen die geen tarwe meer verdragen en dus geen gewoon brood kunnen eten.
En dan natuurlijk suiker. Suiker is een enorme belasting voor ons organisme. Suiker zoals wij dat kennen bestaat pas een goede driehonderd jaar, daarvoor kende men het procedé van raffinage nog niet. Het grootste probleem van toegevoegde suiker is, dat het in onze darmen gaat gisten. Daarbij komt koolzuur vrij en dan wordt het in onze dikke darm zuur in plaats van basisch. Nederlanders gebruiken momenteel meer dan vijftig keer zo veel suiker dan een halve eeuw geleden. Dat heeft rampzalige gevolgen voor ons immuunsysteem. Maar dat is onderwerp voor een volgend artikel.

Litteratuur.
Debats, Fernand; Diadoxie, uitg. Alonnissos Utrecht, ISBN 90-7481-711-4
Groen, J.J., Bastiaans, J., Valk, J.M. van der; Syndroomverschuiving en –onderdrukking. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 102. I 13. 1958, pag. 616–625.
Hahnemann, Samuel; Organon der geneeskunst, uitg Heovisie, Alkmaar, ISBN90-7166-903-3
Hahnemann, Samuel; Chronische Ziekten, VSM Geneesmiddelen BV, Alkmaar, ISBN 90-70798-12-3
Hippocrates, Die Aphorismen des Hippocrates. Herausgegeben von C. v. Boenninghausen. Unveränderter Nachdruck der Ausgabe 1863, Burgdorf, Göttingen, 1979. ISBN 3-922345-00-X

terug naar titels

terug naar begin pagina

Zelfmedicatie, hoe en wat?

De homeopathie kent een lange traditie in zelfmedicatie doordat ze vanaf haar ontstaan controversieel is geweest. De gevestigde medische orde heeft meteen de homeopathie verworpen op theoretische gronden. Daardoor waren mensen aangewezen op zichzelf om een middel voor hun kwalen te kiezen.
Uitgangspunt bij het kiezen van een homeopathisch middel is het waarneembare, ongeacht de mogelijkheid van een verklaring en deze keuze berust op patroonherkenning en synthetisch denken. Dit als tegenhanger van het opsporen van oorzaak-gevolg verbanden, ofwel causaal-analytisch denken. Hierbij wordt als uitgangspunt gekozen voor redeneringen vanuit het verklaarbare. Er zijn altijd onverklaarde fenomenen geweest en die zullen er altijd blijven. Beide manieren van denken hebben dan ook bestaansrecht naast elkaar.

Individuele middelkeus versus ziektenaam
Het analytisch denken stelt zich ten doel in de werkelijkheid wetmatigheden te ontdekken door regelmatigheden op te sporen. Een voorwerp dat je loslaat, valt recht naar beneden een steen die je van je afgooit, valt in een boog. Als je dit maar lang genoeg bestudeert, ontdek je vroeg of laat de mechanica-wetten, net als Newton. Bij het zoeken naar wetmatigheden is de aandacht gericht op wat altijd hetzelfde is. Ook bij ziekten: wat altijd zo is, krijgt een diagnosenaam. Dit berust op categorisering: wat is de overeenkomst tussen deze maagzweer en die maagzweer.
In de homeopathie gaat het er juist om wat er níét hetzelfde is, wat het individuele is in het ziek zijn. Hóé heeft iemand maagpijn? Wannéér? Hoe vóélt hij zich erbij? De ziektediagnose is nog te stellen als iemand overleden is: je vindt bij lijkschouwing de maagzweer terug. Homeopathische middelkeus kenmerkt het leven: de pijn, de angst, het zweten en de slapeloosheid zijn verdwenen als iemand overleden is.

Materie, leven en betekenis
Daarmee zijn twee niveaus onderscheiden: materie en leven, ons lijf en datgene wat het doet functioneren. De atomen en moleculen waaruit ons lichaam bestaat en daarboven het niveau van de funktie, waar organen een samenhangend organisme vormen, plant, dier, mens. Zie de onderste twee rijen in afbeelding 1.

Om duidelijk te maken waar zelfmedicatie aangewezen is, onderscheid ik nog twee hogere niveaus.  Mensen kennen betekenis toe aan de wereld om hen heen en bepalen hun keuzen en hun verhouding tot de ander op basis daarvan. Dit is een hogere functie die planten en dieren niet hebben. Zie de derde in afb.1.

Op al deze niveaus kan menselijk lijden zich uiten. De materie van ons lichaam kan zijn samenhang verliezen bv. een bloeding na kneuzing. Vanuit het niveau erboven wordt dat hersteld: een blauwe plek (weefsel, struktuur) wordt hersteld omdat de funktie dat regelt. Als je niet zou leven, zou die blauwe plek blijven. Voorwerpen kunnen niet ziek zijn, hoogstens kapot of beschadigd. Zoals de materie hersteld wordt vanuit de funktie, zo worden stoornissen in de funktie hersteld vanuit de betekenis. Sommige mensen krijgen maagpijn van ergernis om dingen waar een ander zijn schouders over ophaalt. Het hangt er maar net vanaf welke betekenis je een voorval geeft. Wanneer iemand leert ‘ergerniswekkende situaties’ te relativeren heeft hij geen maagpijn meer. Doordat er in je bewustzijn een verandering optreedt, gaat je lichaam anders reageren.

Bestemming
Iemand kan ook besluiten zijn leven anders in te richten, bv een baan zoeken waar hij zich niet ergert. Stoornissen in de betekenisgeving worden hersteld vanuit een gewijzigde levensloop. Zie de bovenste rij in afb.1. Er zijn ernstig zieke mensen, die hun leven een nieuwe bestemming geven: ik wil mijn kleinkind zien opgroeien, ik wil mijn zaak nog aan mijn kind kunnen overdragen, ik wil mijn moeder verplegen tot haar dood, ik wil in deze wereld God nog ontmoeten... Mensen die zo hun leven een gewijzigde bestemming geven, brengen ook een verandering aan in hun bewustzijn. Ze leven dan vaak veel langer en meestal ook gelukkiger dan de medische wetenschap voor mogelijk had gehouden. Bij kankerpatiënten die - zoals dat dan genoemd wordt - ‘spontaan genezen’ is dit veelvuldig opgemerkt. Bestemming heeft dus zeggenschap over betekenis en over funktie en over materie en wordt vanuit je intentie aangestuurd.  Elk niveau wordt dus hersteld vanuit het erboven gelegene. De medische wetenschap kan dat niet verklaren. 

Behandelingsniveaus in de homeopathie
Het ordenen in patronen vindt in de homeopathie op verschillende niveaus volgens verschillende principes plaats. In het onderste niveau kies je een middel op basis van een één-op-één verband: bij kneuzingen Arnica, bij verstuikingen Ledum, bij insectensteken Apis, bij huidonreinheden Calendula etc. Dit is de koppeling weefsel-middel. Het therapiedoel is hier struktuurgericht.

Een niveau hoger worden de symptomen gekozen op basis van reacties van het levende organisme. Sommigen krijgen bij afkoeling spierpijn, anderen een blaasontsteking. Sommigen ervaren stekende pijnen, anderen brandende of kloppende. Het therapiedoel is hier gericht op klinische diagnoses als blaasontsteking, slapeloosheid, bronchitis, menstruatiepijn etc. en hierbij worden levenskenmerken opgespoord. Hierbij past een techniek die ontwikkeld is door Clemens Maria von Boenninghausen (1785-1864) . Een symptoom wordt volledig beschreven met devolgende kenmerken: lokalisatie (spier, blaas), sensatie (brandend, stekend etc.), zgn. modaliteiten, omstandigheden of aanleiding die een verergering of verbetering geven (klachten bij door vochtig weer, door een teleurstelling) en tenslotte begeleidende symptomen (koude voeten bij hoofdpijn).
Deze manier van middelkeuze kan worden aangeduid als ‘klinische homeopathie’, omdat als uitgangspunt het klinische ziektebeeld gekozen wordt. Hierbij worden ter vereenvoudiging vaak complexmiddelen gebruikt.

Betekenis en gedrag
Op het niveau van betekenis speelt het gedrag een rol. Hoe reageert iemand in bepaalde omstandigheden? In het maagpijn-voorbeeld zagen we dat de klacht afhing van de interpretatie. Dat is veel persoonlijker dan een blauwe plek krijgen als je je stoot. Op dit niveau spelen emoties een grote rol. In de homeopathie spreken we van gemoedssymptomen. Waar het in de klinische homeopathie dus gaat over fysieke omstandigheden en de reactie daarop (spierpijn bij vochtig weer), gaat het hier over de mentaal-emotionele reacties in de relatie tot de ander. Boos worden, verdrietig zijn, niet kunnen huilen als je dat zou willen, neiging je af te sluiten bij problemen, moedeloosheid enz. Op dit niveau bestaan er in de homeopathie talloze symptomen die interpreteerbaar zijn en geordend kunnen worden in geneesmiddelbeelden. Met deze techniek is de naam van James Tyler Kent verbonden.

Thema’s en bestemming in de levensloop
De groep van de korstmossen, bv. rendiermos, is in de homeopathie verbonden met het thema symbiose. Korstmossen zijn een samenlevingsvorm van schimmels en algen, ze hebben elkaar nodig om te overleven, ze leven op stenen en boombast; ze kunnen extreme droogte en kou verdragen, kunnen hun water uit de lucht halen en hebben dan ook geen wortels nodig. De schimmel kan alleen sporen vormen als de alg leeft. Deze planten kunnen, wanneer ze tot homeopathisch middel worden bereid katalyserend werken op de zelfverwerkelijking van mensen die zich lenen voor symbionten, die zich voor anderen uitsloven en er niets voor terugkrijgen. Mensen die hard werken en zelf weinig nodig hebben. Weinig plek in de wereld. Met weinig genoegen nemen. Lichamelijk hebben ze snel een vol gevoel na het eten en slaapstoornissen, zoals een dienstbode die bij nacht en ontij moet opdraven en daardoor nooit rustig kan eten en slapen. Een van deze middelen, Sticta pulmonaria, is bekend voor een slijmbeursontsteking van de knie, zoals vroeger dienstmeiden kregen die op hun knieën de vloer moesten schrobben. Iemand die in deze situatie verkeert, zou op Sticta pulmonaria kunnen reageren met een vermindering van de slaapstoornissen en het ondernemen van stappen om uit de symbiose weg te komen.

Behandelplan
In afbeelding 2  geef ik de niveaus weer in een cirkel, omdat het niet om een hiërarchie gaat, maar om een cyclus.


 

De verschillende uitingsvormen van de mens, materie, funktie, betekenis en bestemming, melden zich in het leven beurtelings met symptomen of andere signalen. Nu eens heeft iemand hulpl nodig bij klachten die voortvloeien uit levensloopproblematiek of emoties, dan weer een middel voor een klachtenpatroon dat met een klinische diagnose met modaliteiten benoembaar is en tussendoor een middel voor een kneuzing of een wespensteek. Op het orgaan-niveau en het klinische niveau is de keuze van een middel relatief gemakkelijk, omdat de individualiteit van de persoon daar nauwelijks een rol speelt. Je neemt eenvoudigweg Arnica bij kneuzingen, je zoekt symptoomkenmerken bij een bronchitis etc.

Diagnostiek op het bovenste niveau gaat over de relatie tot jezelf en heeft te maken met een inventarisatie van bewustzijnsinhouden. Hier is een relatie met een ander nodig in de vorm van een dialoog die je onmogelijk met jezelf kunt voeren. Dit is het gebied waar middelen voor jezelf kiezen heel moeilijk wordt. Net zoals je moeilijk je haren zelf kunt knippen of je eigen aambeien opereren. Het therapiedoel is hier veranderingen mogelijk te maken op het niveau van het bewustzijn d.m.v. een homeopathisch middel. Diagnostiek op dit niveau is de laatste 15 jaar ontwikkeld door mensen als Rajan Sankaran (India), Massimo Mangialavori (Italië) en Jan Scholten (Nederland). Het doel van de klassieke homeopathie is het hoogste niveau te vinden waar iets mis is en daar informatie te verschaffen d.m.v. een homeopathisch middel, dat het organisme in staat stelt betere oplossingen te vinden.

 

terug naar titels

terug naar begin pagina

Pluriforme geneeskunde, een diamant.

Ziekte en leven
Wanneer we het hebben over geneeswijzen of geneeskunde, moeten we ons allereerst afvragen wat genezen is en wat ziekte is. Ziekte is gebonden aan leven. Iets dat niet leeft, kan niet ziek zijn. Van een tafel zeggen we niet dat die ziek is, hoogstens dat ze beschadigd is. Ziekte is dus gebonden aan leven en uitspraken over ziekte gaan dus ook altijd over leven. Nu is het verschijnsel leven problematisch, want we weten eigenlijk niet wat het is. Wanneer iemand dood is heb je dat snel door, maar wat is er nu precies verdwenen toen de dood intrad?  Voorstel: leven is een onafgebroken inspanning van organismen om niet terug te vallen tot de toestand van de dode materie. Ziekte is een noodzakelijke verheviging van die inspanning.

U mankeert niets
Onze nosologie (indeling van ziekten) berust op de cellulairpathologie, die ontwikkeld is door Virchov in de 19e eeuw. Uitgangspunt hierbij is dat de cel de kleinste levende eenheid is. In de diagnostiek die hieruit voortvloeit, heeft de patholoog-anatoom veelal het laatste woord. Als deze niets afwijkends vindt, wordt het in veel gevallen moeilijk om een zekere diagnose te stellen. En wat onderzoekt de patholoog? Juist ... preparaatjes van materiaal dat niet meer leeft, veranderingen in niet meer levende cellen. Veel CAM methoden concentreren zich op een fenomenologische benadering van de nog levende mens als geheel. Alle uitingsvormen van leven bevatten aanwijzingen voor het begrijpen van ziekte, niet alleen veranderingen in de materie van ons lijf. Wanneer je je beperkt tot de veranderingen in de materie van het lichaam, volgt menigmaal de conclusie: ‘U mankeert niets, want we kunnen zelfs met de meest uitgebreide onderzoeken niets vinden’. Zo leidt deze aanpak tot een zichzelf bewijzend stelsel: ‘Ziekte is verandering in materie en als we in de materie niets vinden is ziekte uitgesloten.’ En dan sta je daar met je klachten.

En-én
In de loop van de tijd zijn er in verschillende culturen allerlei opvattingen ontwikkeld over hoe de wereld in elkaar zit en wat de achtergrond en diepere zin van leven en ziekte zijn. Geen enkele van deze opvattingen kan van zichzelf bewijzen dat ze de enig juiste is. Dit is eenvoudig in te zien, wanneer je de volgende stelling nader beschouwt: ‘Alleen wetenschappelijke uitspraken zijn geldig.’ Deze stelling zelf is geen wetenschappelijke uitspraak, dus weerlegt ze zichzelf.1
Het is een onomstotelijk gegeven dat er verschillen in opvatting over leven en ziekte bestaan en dus ook over genezen. Redelijkerwijs is het uitgesloten dat de werkelijkheid met behulp van slechts één model volledig verklaard kan worden. Bijvoorbeeld: elementaire deeltjes kunnen als materie of als trilling waargenomen worden, maar niet tegelijkertijd. Beide mogelijkheden zijn waar, maar kunnen elkaar niet uitsluiten. Je kan niet zeggen: ‘als een elektron een deeltje is, kan het geen trilling zijn.’ Het zijn én-én mogelijkheden, niet of-of mogelijkheden. Hetzelfde geldt voor geneesmethoden die berusten op verschillende mensbeelden. Wanneer de reguliere geneeskunde voor haar materiële benadering bewijzen levert, wil dat niet zeggen dat energetische modellen als acupunctuur of homeopathie per definitie ondeugdelijk of onbewijsbaar zijn. Ze zijn even geldig maar onder andere voorwaarden toepasbaar.

Grondwettelijk recht
Wanneer je mensen helpt met hun klachten, zul je dus meerdere modellen nodig hebben. Niemand kan een ander voorschrijven wat hij van de wereld moet denken en hoe hij tegen het leven aan moet kijken en dus ook niet hoe hij zich in geval van ziekte moet laten behandelen. Niemand kan met zekerheid zeggen welke de best mogelijke oplossing is voor ziekten die zich in onze individuele of evolutionaire ontwikkeling voordoen. Wat gebeurt er over vijf of tien generaties met ons immuunsysteem wanneer we alle acute ziekten uitbannen?
In onze grondwet staat:
Art. 1. 
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Art. 6.
Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
(cursiveringen van mij)
Medisch handelen vindt plaats in een variabele context en niet onder standaardcondities zoals wetenschappelijk onderzoek. Tot de context van medisch handelen behoort in ieder geval het wereldbeeld en de mensopvatting van behandelaar en behandelde.
Wanneer we als uitgangspunt nemen dat eenieder recht heeft op een eigen wereldopvatting en mensbeeld, volgt daaruit dat therapiekeuze in geval van ziekte vrij is. Dit betekent dat in principe alle geneesmethoden ter beschikking dienen te staan, wanneer er vraag naar is.
Een pluriforme geneeskunde is dus een cultuurhistorische noodzaak en vrijheid van therapiekeuze is een grondwettelijk recht.

Wetenschap en werkelijkheid
De ontwikkeling van de wetenschappen bestaat uit een aaneenschakeling van ontdekkingen en verklaringen van feiten die tot dan toe onverklaard waren. Er blijft steeds nog-niet-ontdekte werkelijkheid over. De werkelijkheid blijft de wetenschap als het ware steeds vóór. De vanzelfsprekendheid waarmee de wetenschap haar aandacht richt op het onverklaarde en nog niet theoretisch vatbare illustreert dat dit een algemeen aanvaard uitgangspunt is.
Het besluit wat wel en niet opgenomen wordt in wetenschappelijke aandachtsgebieden wordt mede bepaald door niet-wetenschappelijke overwegingen van o.a. financieel-economische, politieke en culturele aard, bijvoorbeeld traditie of winstbejag. Dit is onvermijdelijk, omdat van te voren nooit bekend kan zijn wat de volgende nieuwe ontdekking of verklaring zal zijn. Hieruit volgt dat geen enkel aandachtsgebied van wetenschappelijk onderzoek uitgesloten kan worden op basis van rationele overwegingen. Ook niet de CAM methoden.  Of zoals Chalmers (Wat heet wetenschap, Boom , Meppel 1981) het uitdrukt: ‘Over het cumulatief zijn van kennis kan alleen achteraf worden beslist, zodat dit als criterium om wetenschap van niet-wetenschap te onderscheiden op het moment zijn waarde verliest.’

Diamant
De geneeskunde, of liever geneeskunst, is een diamant met vele facetten en voor een gedeelte is deze diamant nog ruw. In de komende nummers zullen een aantal facetten van een pluriforme geneeskunst aan de orde komen.

 

terug naar titels

terug naar begin pagina

GESCHILPUNTEN IN EN OM DE HOMEOPATHIE


Verschillen in inzicht vormen een normaal verschijnsel in intermenselijke relaties en evenzo in de communicatie tussen wetenschappers en beoefenaars van de geneeskunst. In dit artikel benoemt de auteur enkele belangrijke facetten van de dynamiek die kan ontstaan rondom omstreden inzichten in de homeopathie en de geneeskunde in het algemeen.

Inleiding
De homeopathie is doordrongen van controversen. De methode op zichzelf is vanaf haar ontstaan omstreden geweest en binnen homeopathische kringen is er een aanhoudende discussie over de toepassingen van Hahnemann’s ontdekkingen. Om enkele voorbeelden te noemen. Welke potentie kies je in welke situatie? Hoe vaak moet je een middel herhalen? Kun je meerdere middelen tegelijk nemen? Meet je het effect in het gebied van structuren, diagnosen, mentale beelden of levensloop en betekenisperspectief? Welke rol speelt de wet van Hering hierbij? Moet je middelen persé met behulp van de Similiawet kiezen, of kan dat ook met behulp van een pendel of electronische apparaten? Allerlei nieuwe ontwikkelingen in de homeopathie van de laatste jaren worden niet algemeen geaccepteerd.

Verschillen in inzicht
De Encyclopedie Online geeft als betekenis van controverse: ‘geschil’ met daarbij als voorbeeld: ‘
een controverse van twee geleerden over een theorie’. Dit voorbeeld plaatst ons midden in het probleem: het gaat over datgene wat geleerd kan worden, wat waargenomen kan worden en waarover een theorie kan worden geformuleerd, wat begrepen kan worden. Verschillen in inzicht ontstaan doordat de werkelijkheid om ons heen zo veelomvattend is dat verschillende waarnemers een ander beeld van de werkelijkheid krijgen en daaruit een andere opvatting ontwikkelen over hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Net zoals verschillende getuigen bij een ongeluk een andere interpretatie van het gebeurde geven. De rechter heeft dan de taak om uit al die verschillende getuigenverklaringen een reconstructie van het voorval te maken, om ‘de waarheid’ op tafel te krijgen. Het bestaan van controversen, verschillen in inzicht, is dus volstrekt normaal, zowel in het dagelijks leven als in de wetenschap. In feite vormen ze de motor van de wetenschap. Immers als alle kennis voor zoete koek zou worden aangenomen, was de prikkel verdwenen om de werkelijkheid verder te onderzoeken. Helaas is er in de wetenschap niemand die het Salomonsoordeel kan vellen over wie het dichtst bij de waarheid komt.

Drie modellen
Met controversen kun je op drie manieren omgaan.

  1. Opponenten proberen hun gelijk te krijgen door macht uit te oefenen over elkaar. Dit is een strijdmodel waarbij er uiteindelijk een winnaar en een verliezer is, ongeacht of de winnaar het bij het rechte eind heeft of niet. Het prototype van deze machtsuitoefening is de eis van de inquisitie dat Galileo zijn standpunt dat de aarde rond is moest herroepen om zijn leven veilig te stellen. Dit strijdmodel is respectloos en kenmerkt zich door de aanwezigheid van opgeblazen ego’s en/of belangenverstrengeling.
  2. Opponenten erkennen dat de gehele werkelijkheid niet met zekerheid te kennen is en zoeken op basis van de best mogelijke tussenoplossing een vorm van  samenwerking. Dit is het consensusmodel, waarbij het resultaat niet een winnaar en verliezer oplevert, maar samenwerkende partijen. In de geneeskunde heeft het consensusmodel geleid tot het ontstaan van protocollen, die in feite de medische praktijk tot toepassing van geprefabriceerde oplossingen maakt en wetenschappelijke creativiteit in het directe arts-patiënt contact tot een minimum beperkt. In de politiek zijn consensusoplossingen vrijwel regel in een meerpartijenstelsel. Een nadeel kan zijn dat er compromissen uit voortkomen die inferieur zijn. Bij voorbeeld de huidige situatie in Nederland dat niet-geregistreerde homeopathische middelen niet in voorraad mogen zijn, maar wel voorgeschreven en bereid mogen worden, waardoor de levertijd enorm verlengd wordt en de kosten verhoogd.
  3. Het pluriformiteitsmodel. Het kritisch accepteren van elkaars benadering van de werkelijkheid zonder die te willen veranderen of aan te passen, ervan uitgaande dat de werkelijkheid niet met slechts één model te bevatten is. Pluriformiteit in de geneeskunde is aan de ene kant een garantie voor persoonlijke benadering van de patiënt, maar aan de andere kant dreigt het gevaar voor willekeur door een veelheid van oncontroleerbare mogelijkheden. (zie HM 1/2010, pag. 6; Pluriforme geneeskunde)

Geneeskundig handelen
Controversen in de geneeskunde zijn ingewikkelder dan in een zuivere wetenschap doordat de geneeskunde niet een wetenschap is die bestaat uit een aantal aaneensluitende theorieën. Het medische handelen is in feite helemaal geen wetenschap maar een verzameling pragmatische oplossingen voor gezondheidsproblemen, gebaseerd op kennis en inzichten uit wetenschappen als biologie en statistiek. Het medische gedachtengoed en haar toepassing met daartussen aan de ene kant het leerproces en aan de andere kant kwaliteitscontrole ontwikkelen zich in een cirkelvormige beweging.

Inmenging van buiten de wetenschap
Wanneer controversen niet tot een oplossing komen, kunnen krachten van buiten de wetenschap zich in deze dynamiek mengen. De laatste jaren zien we een toename van de invloed van overheid, verzekeraars en farma-industrie op de medische praktijk. De overheid laat de ontwikkeling van inhoudelijke zaken aan het veld over en wordt voornamelijk gedreven door motieven van kostenbeheersing, waarmee ze een grote invloed uitoefent. Verzekeraars volgen de natuurlijke wens van hun verzekerden  naar pluriformiteit en vergoeden methoden die nog niet volgens gangbare normen wetenschappelijk bewezen zijn. Aangezien ze ook de geldstroom in belangrijke mate reguleren hebben ze een grote invloed op de omvang van geneeskundige stromingen. De farma-industrie speelt een heel andere rol. De drijfveer van het bedrijfsleven is voornamelijk commercieel en gericht op omzetvergroting, niet zozeer op bevordering van wetenschappelijk inzicht. Het is een publiek geheim dat er met onderzoeksgegevens is en wordt gemanipuleerd om geneesmiddelen op de markt te krijgen.

Conclusie
In de homeopathie overheerst het pluriformiteitsmodel. Er zijn allerlei scholen in de homeopathie, allerlei kopstukken die school maken met hun ideeën en specifieke aanpak. Enerzijds is dat goed omdat de interne ontwikkeling van de homeopathie erdoor gestimuleerd wordt, anderzijds wordt de homeopathie als methode en als maatschappelijk verschijnsel kwetsbaarder voor bedreiging van buitenaf. De reden daarvoor is dat homeopathie als medisch handelen niet in eerste instantie berust op natuurwetenschappelijk inzicht en theorievorming, maar op ervaring die opgebouwd is uit directe waarneming en intuïtief weten. De homeopathie zou er m.i. goed aan doen de pluriformiteit die haar - als zich ontwikkelende wetenschap - eigen is als bestaansrecht op te eisen teneinde haar positie in het krachtenveld van de medische wereld te versterken.

 

terug naar titels

terug naar begin pagina

Hahnemann’s miasmaleer

In de natuur is alles variabel. Niets is constant en alles is in ontwikkeling. Elk individu is anders.  Het grondpatroon is hetzelfde, maar wanneer u in Hoog Catharijne ineens uw buurman ziet, herkent u hem uit duizenden. Iedereen heeft ook de natuurlijke innerlijke overtuiging dat hij uniek is. Toch delen we mensen in categorieën in, dikken en dunnen, slimmen en dommen, snellen en langzamen etc. Binnen elke categorie heeft echter elk individu - het woord zegt het al - een ondeelbare identiteit, iets dat je met geen ander deelt.

Ziekte-eenheden
Ziekten vertonen overeenkomsten waardoor we ze als eenheden gaan beschouwen. Wanneer iemand zo’n ziekte ‘heeft’ is, is hij of zij echter ziek op een individuele manier. Bij het benoemen van ziekten, letten we op overeenkomende symptomen. Toch zal de een met koorts apathisch en gelaten zijn en de ander opgewonden en angstig. Categoriseren gaat over wat er allemaal hetzelfde is en omdat in de natuur alles variabel is, is categoriseren in feite tegennatuurlijk. Categoriseren maakt het voor ons brein gemakkelijker de veelheid van indrukken uit onze natuurlijke omgeving te reduceren en er daardoor grip op te krijgen.

Ziektenamen en ziektereeksen
Hahnemann had oorspronkelijk het idee, dat hij via de similiawet voor bestaande ziekte–eenheden die aangeduid werden met namen als, roodvonk of cholera  specifieke middelen kon vinden op basis van vergiftigingsverschijnselen. Een arsenicumvergiftiging lijkt op cholera, een belladonnavergifting lijkt op roodvonk. Dus: bij roodvonk helpt een kleine dosis Belladonna, bij cholera helpt een kleine dosis Arsenicum album. Dit was bij het behandelen van acute ziekten heel succesvol. Een beslissende stap was de ontdekking dat de similiawet, zelfs op de meest nauwkeurige manier toegepast, niet tot genezing leidde bij chronische ziekten. Dit leidde tot de ontdekkingen die in ‘De Chronische Ziekten’ zijn gepubliceerd. Samengevat: de similiawet is een natuurwet en altijd geldig; als bij toepassing ervan geen genezing optreedt, passen we die wet niet goed toe. De fout is dat we voor slechts een deel van de chronische ziekte een middel zochten. Bij chronische ziekten is er sprake van opeenvolgende stadia, die elk op zich een ziekte lijken, maar in feite deel zijn van een groter geheel. Al deze verschillende op elkaar volgende uitingsvormen van zo’n chronische ziekte bij elkaar opgeteld vormen het beeld waarbij het middel moet passen.

Ziektenamen verlaten
Bij verdere geneesmiddelproeven bleek dat de proefpersonen combinaties van symptomen kregen die niet pasten bij bestaande ziektebeelden. Tevens bleek dat voor het kiezen van een homeopathisch middel juist deze symptomen vaak de duidelijkste aanwijzingen vormden. Dit leidde ertoe dat  Hahnemann de categorisering in ziektebeelden verliet en de middelkeus helemaal afstemde op de individuele symptomen. Klachten werden benoemd naar het passende middel, de patiënt had bv een Lycopodiumbeeld. Chronische ziekten bleken de neiging hebben steeds dieper in het organisme door te dringen en het onderdrukken van huidaandoeningen leidde tot inwendige ziekten. In ‘De Chronische Ziekten’ staan bijna honderd voorbeelden van inwendige ziekten die ontstaan na het ‘succesvol’ behandelen van huidaandoeningen, varierend van bronchitis en longabcessen tot epileptische toevallen. Dit leek op het verloop van de geslachtsziekte syphillis, waarbij na besmetting via de slijmvliezen een uitslag over de hele huid optreedt, gevolgd door allerlei aandoeningen in inwendige organen en eindigend in aantasting van het centrale zenuwstelsel, met als gevolg een vorm van krankzinnigheid, de dementia paralytica. De conclusie was dat chronische ziekten in het algemeen te maken hebben met een besmetting die begint aan de buitenkant - slijmvliezen of huid - en zich voortplant naar steeds diepere strukturen van het lichaam, aldus steeds meer schade aanrichtend.

Bacteriën
Hahnemann leefde in een tijd dat bacteriën en andere ziekteverwekkers nog niet bekend waren. Dat ziekten besmettelijk konden zijn en van de een op de ander konden worden overgedragen, wist men in relatie tot de geslachtsziekten wel degelijk, maar niet hoe het precies zat. Louis Pasteur, die als eerste bewees dat bacteriën ziekten konden verwekken was 20 jaar oud toen Hahnemann stierf. Hahnemann was op zoek naar een verklaring van het verloop van chronische ziekten en het idee dat een ziekteverwekker verantwoordelijk was voor het ontstaan van de uitwendige vorm van chronische ziekten, was een uiterst vooruitstrevend idee voor die tijd. Hij veronderstelde dat de schurftmijt, net als de verwekker van  syphillis een huidaandoening veroorzaakte die zich naar binnen uit kon breiden en vervolgens een scala van inwendige aandoeningen veroorzaken. 

Schurft en ‘Psora’
Bij verdere studie van ‘De chronische ziekten’ zien we dat Hahnemann op een kritiek punt in zijn logica ineens het woord ‘schurft’ - in het duits ‘Krätze’ - vervangt door ‘Psora’. Dat is het griekse woord voor schurft, maar het is merkwaardig dat hij ineens een ander woord gaat gebruiken. Hij deed dat om onderscheid te maken tussen de huidaandoening die veroorzaakt werd door de schurftmijt en de veelheid van inwendige aandoeningen als gevolg van het onderdrukken van  huiduitslagen. Hij spreekt dan ook van ‘inwendige Psora’.  Uiteindelijk kwam hij tot de conclusie dat er drie van dit soort ziekten zijn: de Syphillis, de Psora en de Sycosis (gonorroe). Hij noemde deze ziekten Miasma’s. Het woord Miasma betekent bezoedeling en is een eeuwenoude aanduiding voor de oorzaak van epidemieën.
In de oudheid had men geen verklaring voor epidemieën en veronderstelde dat ze ontstonden door smetstoffen die uit moerassen omhoog stegen. Dit geheel aan waarnemingen en veronderstellingen heeft de benaming ‘Miasmaleer’ gekregen in is in weteschappelijke zin te beschouwen als een theorie.

Miasmaleer
Nu omvat de miasmatheorie nog een interessant element. Na al deze ontdekkingen bleef de vraag hoe het komt dat mensen die nooit syphillis, gonorroe of schurft hebben gehad toch chronische ziekten kunnen hebben. Hierop geeft Hahnemann twee merkwaardige antwoorden. Het eerste is de besmetting met het schurftmiasma op een ‘onzichtbare’ manier kan plaatsvinden door huidcontact, bv. van een min met haar baby. Hij vermoedde dat dit onzichtbare miasma in het organisme doordrong en alle organen als het ware aandeed. Het organisme reageert met een plaatsvervangende ‘vikariërende’ huiduitslag die de plaats inneemt van het inwendige kwaad, als het ware een beschermingsmechanisme om inwendige schade te voorkomen. Als dat niet lukt blijft de ziekte dus ergens inwendig ‘hangen’.

Lamarck en Hahnemann
Het tweede deel van het antwoord op deze vraag gaat terug op een discussie die in de biologie gevoerd is rond Lamarck over de vraag: is het mogelijk dat verworven kenmerken, eigenschappen of vaardigheden in het organisme zodanig verankerd worden dat ze overerfbaar worden? Hahnemann pikte dit idee op en stelde dat huiduitslagen die enkele generaties na elkaar onderdrukt worden uiteindelijk a.h.w. binnen blijven. Een kind wordt geboren met een inwendig miasma. Eczeem en astma kunnen elkaar afwisselen. Het volgende zou nu het geval zijn volgens de miasma-redenering. Generaties geleden werd bij iemand eczeem onderdrukt, zodat het naar binnen sloeg en er ontstond astma. De eerstvolgende nakomeling had eczeem en astma afwisselend en ook deze persoon onderdrukte zijn huiduitslag, zodat hij alleen nog leed aan astma. Diens nakomeling werd dan geboren met alleen astma.

Miasma en constitutie
Als laatste stap ontwikkelde Hahnemann nieuwe middelen aan de hand van nieuwe geneesmiddelproeven, de antimiasmatische middelen. Deze deelde hij in in antipsorische, antisycotische en antisyphillitische. In ‘De chronische Ziekten’ doet Hahnemann een beslissende stap verder. Hij komt uiteindelijk tot de conclusie dat je voor het krijgen van de ene of andere miasmatische ziekte ook een bepaalde constitutie moet hebben. De symptomen die je krijgt als met psora behebt bent, hangen af van je constitutionele aanleg. Hiermee is de miasmatheorie in feite teruggebracht tot een leer van  constituties.

Reïficatie
Al met al is de miasmatheorie te beschouwen als een dappere poging om vat te krijgen op een veelheid van paradoxale waarnemingen bij het ontstaan van chronische ziekten. Deze theorie vormt een model waarin de elementen besmettelijkheid, diadoxie en erfelijke aanleg op een samenhangende manier worden samengebracht. Na Hahnemann zijn de begrippen syphillis, sycose en psora een eigen leven gaan leiden. Hierbij deed zich een fenomeen voor dat bekend staat als ‘reïficatie’, wat letterlijk betekent: tot ding maken (afgeleid van het latijnse ‘res’, dat ‘ding’ betekent). Hieronder verstaan we dat een ziekte niet meer beschouwd wordt als een proces in een levend organisme, maar als ‘iets’ dat bezit neemt van het organisme. In haar boek ‘De depressie epidemie’ beschrijft de groningse hoogleraar Trudie Dehue hoe het begrip depressie dit proces van reïficatie onderging, zodat men nu algemeen denkt dat depressie iets is wat je kunt krijgen, wat bezit van je kan nemen.

Theorie en praktijk
Mijn opvatting is dat ook de begrippen psora, sycose en syphillis in de loop van de tijd gereïficeerd zijn, tot ‘ziekte als ding’ gemaakt zijn. Uit Hahnemann’s ‘De chronische Ziekten’ lees ik de miasmaleer als een leer van constituties, van vatbaarheden, net zoals de Hippocratische temperamenten elk hun specifieke vatbaarheden hebben, zoals ik in een vorig artikel besprak. Dit sluit echter niet uit, dat bepaalde vatbaarheden ontstaan zijn door het onderdrukken van uitwendige ziekten in vorige generaties, een idee dat voor de homeopathische behandeling in de praktijk zeer hanteerbaar is bij de behandeling met de zogenaamde nosoden, homeopathische middelen die van ziekte-materiaal,  zoals bv. bacteriën gemaakt worden.

 

terug naar titels

terug naar begin pagina

Categoriseren in de homeopathie


Iemand krijgt alleen de symptomen die hij krijgen kan. Sommige mensen krijgen nooit maagpijn, al eten ze stenen, bij wijze van spreken. Dan zeggen we dat zo iemand een sterke maag heeft. Een sterke maag hebben is een kenmerk van iemands gestel, ook wel diathese of constitutie genoemd. Of je de klachten waar je aanleg voor hebt ook werkelijk krijgt, hangt van de omstandigheden af. Wanneer je een gestel hebt dat slecht tegen vocht kan en je woont in een droog klimaat, zul je weinig klachten hebben. Zo komen we al snel tot de slotsom dat iedere klacht of ziekte het resultaat is van de wisselwerking tussen constitutie en omgevingsfactoren. Denk aan een kouwelijk persoon (constitutie) die hoofdpijn (klacht) heeft nadat hij  op de tocht gezeten heeft (modaliteit, omgevingsfactor die niet verdragen wordt).


De ervaring leert dat er een hiërarchie in deze informatiebronnen aanwezig is. Constitutionele kenmerken leggen bij de middelenkeus meer gewicht in de schaal dan modaliteiten en klachten zijn het minst doorslaggevend. We lezen in de ‘Reine Arzneimittellehre’ van Hahnemann bij de beschrijving van Pulsatilla: ‘De medische toepassing van Pulsatilla zal meer effect sorteren bij aandoeningen ... wanneer we bij de patiënt tevens een verlegen, huilerige dispositie aantreffen met de neiging tot stil verdriet en ingehouden humeurigheid, of in het algemeen een zachtaardige toegeeflijke dispositie...Het middel is derhalve geschikt voor het trage, flegmatische temperament; anderzijds is het weinig geschikt voor personen die besluitvaardig zijn en snel in hun bewegingen, ook al zijn ze welwillend. Het werkt het beste wanneer er aanleg is voor kouwelijkheid en dorstloosheid.’
Uit dit fragment blijkt dat constitutionele kenmerken als kouwelijkheid en dorstloosheid, maar ook geestelijke kwaliteiten als verlegenheid en besluitvaardigheid belangrijk zijn bij de middelkeus.


Er zijn vele indelingen gemaakt in mensentypen op basis van constitutionele kenmerken. Bekende voorbeelden zijn de beschrijving van vijf typen (leptosoom, athletisch, pycnisch, dysplastisch en euplastisch gemengd) op basis van lichaamsbouw door Kretchmer (‘Körperbau und Charakter’ 1924). Sheldon maakte in 1943  een indeling in typen die te herleiden zijn tot de drie cellagen waaruit de menselijke vrucht zich ontwikkelt. Carl Jung onderscheidde een achttal types op basis van onze oriëntatie aan de buitenwereld, nl. denkend, voelend, waarnemend en intuïtief, elk in een introverte en een extraverte variant. De Nederlander Gerard Heymans (1857-1930) onderscheidde acht typen op basis van het werk van Jung en Kretchmer. Hij gebruikte ook een van de oudste indelingen, die van Hippocrates in cholerische, flegmatische, sanguinische  en melancholische  types, welke berust op de elementenleer van Epicurus, die de wereld opgebouwd dacht uit vuur, water, lucht en aarde.


Alle typologieën geven beschrijvingen in termen van lichaamskenmerken, karaktertrekken en aanleg voor ziekten.  Zo zijn kenmerken van het cholerische temperament o.a. warmbloedigheid met een stevige huid en spieren, volle lippen, brede borstkas, gespierde ledematen; een robuuste indruk, hartstochtelijk in hun uitdrukkingsvorm, krachtige gebaren, joviaal, doelbewust, pathetisch, gebiedend, naar buiten gerichte blik, warme stem, enthousiast, moedig, opvliegend of agressief, impulsief, ergert zich om kleinigheden, sterk erotisch, weinig gevoel voor humor, past zich niet gemakkelijk aan, amusisch, neigt naar politiek en militair denken, optimistisch-hoogmoedig, niet honkvast, avontuurlijk, leiderstype, snelle vertering, houdt niet van diëten, neigt tot hoge bloeddruk, aderverkalking, apoplexie, leveraandoeningen; psychisch aanleg voor manie.

Voor elk van de temperamenten kan men zo’n lijst van eigenschappen opstellen. Waar het nu om gaat is dat al deze kenmerken tevens bekend zijn als symptomen van middelen uit de homeopathische materia medica. Zo correspondeert de boven beschreven karakteristiek van Pulsatilla met het flegmatische temperament. We kunnen van elk van de temperamenten de bijpassende middelen zoeken op basis van zijn kenmerken. Dat vereenvoudigt de middelkeus, omdat we zo voor elk temperament een voorselectie van middelen krijgen die in aanmerking komen. Dat idee is uitgewerkt door de Zwitwerse arts en filosoof Rudof Flury, die een repertorium gemaakt heeft op basis van de vier hippocratische temperamenten. Hahnemann gebruikte een indeling in drie miasmatische constituties, de psorische, de sycotische en de luetische, die elk corresponderen met bepaalde middelen.


We kunnen in principe alle indelingen in constitutietypes gebruiken om homeopathische middelen in groepen in te delen, mits we goed overweg kunnen met de betreffende typologie.  De reden hiervoor is, dat de homeopathie symptomen met behulp van geneesmiddelproeven verzamelt, zonder enig theoretisch criterium of enige indeling in categorieën als uitgangspunt te nemen. De homepathische materia medica is helemaal fenomenologisch van aard. Ze vormt zo een raster van alle mogelijke uitingsvormen en daar kun je iedere theorie met bijbehorende categorisering als het ware overheen leggen. De correspondentie tussen de typologie en de uit de natuur stammende symptomenreeksen van de materia medica is trefzekerder naarmate de gebruikte categorieën dichter bij de natuur staan.


De laatste jaren zijn in de homeopathie op dit gebied ongekende vorderingen gemaakt. De botanische indeling in plantenfamilies is door o.a. de Indiër Rajan Sankaran in kaart gebracht. De homeopathische middelen die gemaakt worden van de elementen van het periodiek systeem der elementen, dat de plaats ingenomen heeft van het oude vuur-water-lucht-aarde model van Epicurus, is door Jan Scholten in verband gebracht met persoonskenmerken en ontwikkelingsstadia. In Italië heeft Massimo Mangialavori de middelen uit het dierenrijk in categorieën ingedeeld. Wanneer men op deze manier middelen wil voorschrijven dient men zich dus vertrouwd te maken met het mineralen-, planten- en dierenrijk.
Maar, zoals gezegd kan ieder categorieënsysteem dat maar dicht genoeg bij de natuur staat een bruikbare indeling opleveren. Zo kan men het Enneagram als uitgangpunt nemen, of de indeling in vijf zgn. Character-defences die in het emotioneel lichaamswerk volgens Reich worden gebruikt. Ook de karakterologie van de twaalf dierenriemtekens zou men kunnen gebruiken. En mogelijk nog vele andere.
Tenslotte kan men zich afvragen of het nodig is zoveel verschillende indelingen te gebruiken. Is er niet één algemeen geldig systeem? Het antwoord luidt dat de mens en de kosmos waarin wij leven zo complex en veelvormig zijn dat ze niet met één model te beschrijven zijn. Daarom zal bij het vinden van een middel in een concreet geval altijd de beslissende stap bestaan uit individualiseren: binnen zijn categorie is iedere mens uniek en dat unieke willen we nu juist op het spoor komen om het passende middel te vinden.

Fernand Debats

terug naar titels

terug naar begin pagina


ss